Wat is een slagwerkgroep?

Slagwerkgroepen komen voort uit drumbands en tamboerkorpsen. De drumband is een typisch Nederlands fenomeen. Na de Tweede Wereldoorlog zijn deze korpsen in grote getale gevormd naar het voorbeeld van de drum- en showbands van de geallieerden. Al snel hadden de bands hun plaats in de wereld van de blaasmuziek gevonden en zorgden zij samen met de harmonie-, fanfare- en brassbandkorpsen voor de muzikale omlijsting van optochten en evenementen in de openlucht.

Traditionele drumbands
Zo rond 1950 namen de slagwerkers van harmonie-, fanfare- en brassbandorkesten het initiatief zelf een groep te vormen. Met 3 of 4 tamboers werd er op straat tussen de marsen van de blazers doorgeslagen. Zo ontstonden van lieverlee de eerste drumbands, die op koninginnedag en andere dorpsfeesten voor de blaasmuzikanten uitmarcheerden. Traditionele drumbands of tamboerkorpsen bestonden uit scherpe en doffe trommen, tenortrommen en een grote trom. De tamboerkorpsen gingen naar marswedstrijden en deden hier meestal afzonderlijk van de blaasorkesten aan mee.

Ommekeer
Eind jaren ’90 kan worden gezien als een ommekeer in de drumbandwereld. Steeds meer harmonie-, fanfare- en brassbandorkesten zagen af van de straatoptredens, omdat ze liever op het podium speelden. Voor veel traditionele drumbands was dit een grote tegenslag. Doordat de blaasorkesten nog nauwelijks de straat op gingen, vielen voor de drumbands vele optredens weg. De tamboerkorpsen gingen door, maar hadden moeite stand te houden. Intussen kwam er in de drumbandsector een ontwikkeling op gang. Aan de basisinstrumenten scherpe, doffe, tenor en grote trom, was in de loop der jaren een heel scala van grote en kleine instrumenten toegevoegd. Componisten, instructeurs en slagwerkliefhebbers hadden namelijk niet stilgezeten. Uit andere landen hadden zij nieuwe instrumenten zoals bongo’s, conga’s, timbales, rototoms, a go go bells, samba-whistle, maracas, vibraslap, guiro en castagnetten naar Nederland gehaald. Deze instrumenten namen niet alleen een andere klank, maar ook andere ritmes met zich mee. Hierdoor werd het repertoire, dat voorheen enkel uit marsen bestond, ook verder uitgebreid. Dat uitgebreide repertoire betekende een hoger amusementsgehalte. Ook drumbands konden het publiek in de zaal gaan vermaken.

Percussie-ensembles
Zo ontstonden eind jaren ’90 de slagwerkgroepen en zogenaamde percussie-ensembles. Slagwerkorkesten die met verschillende instrumenten, ritmes en muziekstukken een gevarieerd programma ten gehore konden brengen. Slagwerkgroep Crescendo is met die ontwikkeling meegegaan en laat zien dat ze naast een goede drumband ook een goed slagwerkensemble is.